Verstopt in het duister

Verstopt in het duister

In de schaduw van een dichtbegroeid bos, staat een schriel boompje. Al lijkt ze meer op een warboel van takken. Zij kijkt vol ontzag naar boven. Alle bomen om haar heen staan in volle bloei. Dat ging nu al decennia zo.
De andere bomen kijken vanuit de hoogte op haar neer. En constateren minzaam: ‘Je doet je best niet om te groeien en bloeien. Ga je eens afvragen waarom jij geen stam hebt. Waarom je geen noten hebt. En welke bloemen je leuk vindt om te ontwikkelen. En dan moet je je er iedere dag voor inzetten.’Bomen
Zij begrijpt het niet. ‘Wat hebben de bomen wat zij niet heeft? Zij heeft ooit wel al bloemen gehad, lang geleden. Maar was dat werkelijk wat zij wilde? Waarom kan zij dat niet bedenken?’, vraagt ze zich vertwijfeld af.
Een rupsje komt aan gekropen en vraagt: ‘Mag ik van jouw blaadjes snoepen? Mijn buikje moet vol om later een mooie vlinder te kunnen worden.’ ‘Natuurlijk’, antwoord het boompje: ‘ga je gang’. Zij vindt het leuk om lief te zijn en te helpen waar ze kan.
Een boom vraagt: ‘Kun je een klein stukje van je wortels inhouden zodat ik daar kan gaan staan? Dan kan ik een sterke boom worden.’
‘Natuurlijk’, antwoord het boompje. Zij trekt haar wortels terug en besluit om daar niet meer te groeien, om de andere boom de benodigde ruimte te geven.
Zij houdt er ook van om de verhalen te horen van alle planten, bomen en dieren in het bos. En dat vertelt ze dan graag aan de nieuwsgierige jonge spruiten die er in overvloed opkomen. Zij doen daar hun voordeel mee. En groeien later ook in sterke en prachtige bloeiende bomen.

Toch heeft ze ieder jaar minder energie om te groeien of te bloeien en begrijpt niet hoe dat kan. Zelfs haar blaadjes groeien niet meer goed. En dat moet. Je moet wel je bijdrage aan de aarde leveren, anders mag je hier niet staan. En de bijdrage staat in allerlei regeltjes opgeschreven. Twee van de belangrijkste voorwaarden zijn: Je moet een sterke stam en uiteindelijk noten ontwikkelen. En de noten moeten de dieren in het bos kunnen voeden.
Zij vraagt een bomendokter om hulp. De dokter inspecteert haar minieme stam en takken, luistert naar de stroom van de sappen. Kijkt in de omgeving van de boom en constateert dat er niets aan de hand is. ‘Er is geen reden waarom jij niet zou kunnen uitgroeien tot een sterke boom of kunnen bloeien.’, zegt de dokter. Misschien ligt het wel aan je wortels. Maar daar kijkt de dokter niet naar, want dat kunnen ze niet zien. Die zitten verstopt in donkere aarde.

Nu weet het boompje het zelf ook. Zij doet niet genoeg haar best. Ze moet nodig wat sterke wortels kweken.
Dus ze schakelt de hulp in van een boomfluisteraar. Die leert haar allemaal trucjes en regeltjes om sterke wortels te kweken. En dat lukt. Haar wortels gaan voorbij allerlei andere bomen en struiken. En zij graaft zichzelf steeds dieper in.
Omdat de bomen zien dat zij haar best doet, geven ze haar een opdracht en een beetje ruimte. Ga maar kastanjes maken. Ze laten zien hoe de bloemen en noten, die er uit voortkomen, er uit zien. Ga dat dan maar doen. Helemaal enthousiast met de gekregen taak, gaat de boom aan de slag. Ze voelt zich geaccepteerd en belangrijk. Zij mag eindelijk meedoen met de grote bomen. Nu gaat het gebeuren! Dit is haar kans om te laten zien dat zij ook kan groeien en bloeien.

Er komen weer een paar blaadjes aan haar takken. En er komen zelfs twee bloemen aan haar bijna kale takken! Het begint in een knopje en later ontvouwen zich er rode blaadjes uit. Het lijkt niet op kastanjebloemen maar ze is zo blij en vindt het prachtig! Ze is trots op dit resultaat. Dat was lang geleden.
Toch is dit niet wat de bomen gevraagd hebben.
Hoe zij ook haar best doet, ze krijgt geen stam en de kastanjes blijven uit.
De bomen verliezen hun geduld. De taak wordt aan een ander gegeven. En de ruimte wordt weer teruggenomen.
Nu zij weer wat blaadjes heeft komen er weer rupsjes op haar af. Dat was ook al lang geleden dat dat gebeurde. Zij laat ze eten van de sappige blaadjes. Ook een mens bezoekt haar. Ruikt aan haar bloemetjes, plukt ze en gaat weer op pad. Zij voelt zich geliefd en belangrijk. Dit is fijn.Roos
Dan voelt zij hoe de energie in haar takken en blaadjes weer terugloopt. Tot zij opnieuw geen energie meer heeft om blaadjes of bloemen te maken. Laat staan dat ze eindelijk eens noten kan maken.
Zij wordt nu opgeroepen door de bomendokter. Die vindt dat het zo niet langer kan.
Je gaat op zijn minst maar een stam en blaadjes maken, want anders hoor je hier niet. Dit zijn de regels en die maak ik ook niet, dus ik kan niets voor je doen. Je krijgt nog een jaar.

Niemand die haar vertelt hoe ze het wel kan doen. Niemand weet waarom zij geen stam en blaadjes maakt. Ze kon eerder toch ook blaadjes maken! Dus ze geloven niet dat zij er gewoon niet toe in staat is.
Maar hoe moet zij het weten, als zelfs de dokters het niet weten?

Ze trekt zich voor een lange tijd terug. En schiet in het duister, langs haar uitgebreid aangelegde wortelstelsel, ergens anders omhoog. Het licht in…
Misschien ligt daar het geheim. En kan ik daar gaan bloeien…

Marga Kessenich

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *