Ontstoken levenslicht

Ontstoken levenslicht

Roos woont nu al een tijd bij Lily. Ze zijn samen in het huis, van het eens zo bange meisje, gaan wonen. En sinds die tijd bloeit Lily enorm op. Zelfs al zo, dat ze in haar eentje op onderzoek uit gaat. Roos geniet van de levenslust van het kind.

Vandaag gaat ze samen met Lily verder het huis onder handen nemen. Er zijn kamers in dit huis waar Roos nog amper geweest is. Ook al heeft ze al veel gedaan, het huis is groot en heeft vele vertrekken. Soms is het een kwestie van een kamer enkel schoonmaken en de ramen weer eens openen, zodat er wat licht en lucht naar binnen kan. In andere kamers liggen stapels spullen die allemaal uitgezocht en gesorteerd moeten worden. Het begint zo langzamerhand op een gezellig huis te lijken.
Maar deze kamer die ze vandaag aan gaan pakken, stoort Roos al een tijdje. Steeds wanneer Roos naar haar werk vertrekt, moet ze door dit chaotische vertrek om bij Lily haar kamer te komen. Het zou handiger zijn wanneer deze doorgang vrij wordt gemaakt.

Even kost het Roos moeite om te beginnen. Dit is een kamer waar zoveel verschillende dingen in liggen. Er is geen overzicht. ´Waar moet ik beginnen´, vraagt Roos zich hardop af. Lily huppelt de kamer binnen. Overweldigd, maar enthousiast door de aanblik van al het vergeten speelgoed. Van oude lakens en gordijnen. Van kleding die ze eens droeg. Ze houdt een roze jurkje omhoog en roept uitgelaten ´Kijk die is nog van toen ik drie was!´
´Je mag van de kleding één ding houden. De rest geven we wel aan andere kindjes, die het beter kunnen gebruiken´, zegt Roos. En begint te ruimen. ´Deze wil ik houden´ roept Lily en houdt een blauw jurkje omhoog met bont aan de randjes. ´Die is nog van toen een tante trouwde. Dat was een geweldige dag! Er werden foto´s van mij gemaakt. Daar sta ik naast mijn liefste tante.´
´Prima! Hang die maar even in je kamer en kom dan meteen terug om ook van je oude speelgoed één ding te kiezen´, zegt Roos.
Lily rent heen en weer. En struint nu door de berg met speelgoed.
´Ach, hier ben je! Ik was je zolang kwijt!´, roept Lily ontroerd uit. Ze houdt een pluche poes tegen zich aangedrukt. Het schepsel is stoffig en versleten, maar Lily staat erop dat ze deze mag houden.
´Het beestje moet wel eerst in bad, voor je hem in je kamer mag houden. Leg hem maar in de badkamer. Dat doen we later´, antwoord Roos op de onverbiddelijke smeekbede van het kind.
Ze schieten al aardig op wanneer Roos een kast ontdekt. ´Wat vreemd dat ik die niet gezien heb! Wist jij dat hier een kast was?´, vraagt ze aan Lily die alweer binnen komt lopen. Het kind haalt haar schouders op en zegt: ‘Nee, dat wist ik niet.’
Roos trekt de deur van de kast open en werpt er een blik in. Een moedeloze zucht verlaat briesend haar neusgaten. Ook hier ligt een enorme bende aan oude en soms versleten kleding. Roos haalt iedere plank in één veeg leeg en gooit het op de grond om het verder uit te kunnen zoeken.
Het kind plukt tussen de stapel spullen maar geeft plots een gil.
‘Deze kleren hebben ogen!!’, roept ze hysterisch. Ze struikelt achteruit en klampt zich aan Roos vast. Roos houdt het bange kind vast en kijkt zoekend over de berg lappen, naar wat het kind gevonden heeft. Vanaf de stapel verkreukelde kleren, kijken een paar doffe bruine ogen haar aan. Roos schrikt, doet een stap achteruit, maar begrijpt niet wat ze nou eigenlijk ziet. De ogen knipperen en draaien even naar de lege kast.
Roos zet het, met het kind in haar armen geklemd, op een lopen. De stoffige kamer uit, naar de keuken. Ze ploft hijgend op een keukenstoel. Eigenlijk wil ze thee zetten. Heel even haar zinnen verzetten om zich te kunnen herpakken. En thee maken en drinken helpt altijd tegen onrust. Maar het bange meisje wil haar niet loslaten. Ze trilt over haar hele lijfje en de panische angst staat op haar tere gezichtje te lezen.
Roos blijft aan de tafel in de keuken zitten met het kind op schoot. ‘Stil maar, het komt goed’, sust Roos zichzelf en het bange kind.

Ondertussen in de kamer ligt Paul op de grond tussen een stapel kleding. Hij knippert zijn ogen tegen het felle licht. En kijkt naar de lege kast waar hij zo hardhandig uitgegooid is. Niet begrijpend wat er nou gebeurde. Of waar hij zich bevindt. Wanneer hij wat aan het licht gewend raakt, kijkt hij eens rond. Wat is het hier groot en licht! Denkt hij verbaasd. Nooit geweten dat er meer was, dan de donkere ruimte waar hij zijn hele leven in gebivakkeerd heeft. En…wie waren die figuren die net zo haastig vertrokken? Waar zijn ze gebleven? Er tollen zoveel vragen door zijn hoofd. Alles is ineens anders. Het doffe gemurmel wat hij altijd hoorde in de kast, was nu oorverdovend. Het leek van deze figuren af te komen. Hij rekt zijn stramme, uitgemergelde ledematen eens uit. Dat kan nu, in deze immense ruimte!

Roos heeft Lily inmiddels kunnen troosten, door Jake, een vriend van beide, te bellen. Roos maakt thee voor Lily en haarzelf, terwijl ze wachten op Jake. Hij heeft hen wel vaker geholpen wanneer er wat moed nodig was.Toen Lily weer voor het eerst naar de speeltuin ging of ging fietsen. Het kind was erg gesteld op deze vriendelijke, zorgzame reus. En Roos was blij, dat er mensen waren die haar konden helpen met Lily.
Jake stapte de knusse keuken in. Lily vloog hem om zijn nek. En vertelde ratelend wat ze zo-even ontdekt hadden. Jake keek Roos vragend aan. Niet begrijpend wat Lily nou bedoelde met ‘kleding die ogen hebben’. Roos knikte instemmend en vertelde wat zij gezien had. Voorzichtig omzeilend dat het haar zo bang maakte. Om het kind niet opnieuw te verontrusten. De aanwezigheid van Jake gaf het kleine meisje vertrouwen. Ze vond het plots een spannend en avontuurlijk verhaal. En wilde eigenlijk niets liever dan de ongelovige Jake laten zien wat ze ontdekt hadden. ‘Kom maar kijken’ opperde Lily en sleepte Jake mee naar het vertrek. Roos pakte de andere hand van het kind. En zo betraden ze gedrieën de kamer.

Paul was inmiddels overeind gekomen.
En zo treffen ze hem aan.
Een ogenblik kijken ze elkaar in diepe stilte, niet begrijpend aan. Paul naar het groepje figuren die de ruimte betreden… Wie zijn dat? Vraagt hij zich bang, maar nieuwsgierig af.
Een paar angstige bruine ogen in holle kassen kijkt het groepje aan.
Jake, Roos en Lily zien een uitgemergelde man. Een beetje krom en mismaakt hier en daar. Zijn kleding verfomfaaid, versleten en slecht passend. Zijn ogen niet langer dof. Er is een glans in verschenen. En het is lang niet meer zo angstaanjagend.
Lily is niet meer bang, nu Jake en Roos dicht bij haar staan. Ze verbreekt de zware stilte met haar kinderlijke nieuwsgierigheid: ‘Wie ben je? Waar kom je vandaan?’
‘Ik ben Paul en kom daaruit’, antwoordde de man ietwat verlegen, wijzend naar de lege kast. Het groepje glimlacht opgelucht, nu de stilte doorbroken is. Zijn simpele verklaring van waar hij gekomen is geeft Roos wat rust. Maar toch ook ontstelt vraagt ze; ‘Hoe ben je daar gekomen dan? En hoelang heb je in de kast gelegen?’
‘Ik weet het niet. Ik heb nooit geweten dat er meer was dan deze… ‘kast’, zoals jullie hem noemen’, antwoordt de man. Opnieuw gebaard hij naar de verlaten ruimte. Heel even krijgt hij een dromerige blik. En denkt terug aan deze donkere tijden. Niet wetend dat zijn leven ooit zo kon veranderen. Hij had zich erbij neergelegd dat dit het was.

Ze nemen de man mee, de kamer uit. Paul kijkt zijn ogen uit. En roept verrukt: ‘Wat is er veel ruimte!!’
‘Je hebt nog niets gezien’, antwoordt Jake. Maar Paul kijkt hem niet begrijpend aan. En het dringt langzaam tot Jake door dat deze man het leven nog moet leren kennen.

Marga Kessenich

1 thought on “Ontstoken levenslicht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *