Marionet

Marionet

Lisa wordt wakker. Opent haar ogen en schrikt. Ze ligt in het midden van een oude zoldervloer. Verward zoekt zij in haar brein. Hoe is ze hier terecht gekomen? Wat is er gebeurd?
Niets! Geen antwoorden. Het lijkt of ze jaren heeft geslapen…
Ze probeert zich op te richten maar merkt dat zij zich niet kan bewegen. Ze ligt ingevouwen en verkreukeld als een weggeworpen pop. Haar ledematen liggen in rare hoeken, haar rechterbeen passeert links haar hoofd en haar linkerarm ligt onder haar. Alsof hij is losgekoppeld. Ze voelt haar hele lijf maar kan enkel haar ogen bewegen. De paniek giert door haar lijf.
‘Hoe kom ik in beweging?’ Is de vraag die, net zo verwrongen als haar lichaam, in haar brein kolkt. In een eindeloze herhaling, tot ze bijna gek wordt. Haar hersens slaan op tilt.
Daardoor is het even een seconde stil in haar. Precies lang genoeg om de repeterende gedachtestroom te onderbreken. Alsof ze even in het niets zweeft.
‘Hoe….’, begint haar brein weer. Maar ze maakt de zin niet meer af. Het heeft geen zin, beseft ze.
Gelaten observeert zij haar lichaam. Er zitten allemaal rafels aan haar kleding. Haar hele lijf is ermee bedekt. Het lijken wel lange draden? Ze volgt er één met haar ogen.
Net wanneer ze zich afvraagt waar deze naartoe gaat komt er een meisje, van een jaar of tien, de trap op. Ze stopt bij een houten kruis, dat op de grond naast haar ligt. Ze had het nog niet opgemerkt, tot nu. Het meisje raapt het kruis op en houdt het omhoog. Op hetzelfde moment komen Lisa haar ledematen in beweging. Haar hoofd wordt opgetild, haar armen drukken zich van de grond omhoog en haar voeten maken vervolgens een loopbeweging. Ze is stomverbaasd. Vervuld van afschuw ondergaat ze het gebeuren. Ze is nog steeds niet in staat zelfstandig te bewegen. Het meisje speelt de hele dag met haar. Neemt haar mee naar vriendinnetjes, voert een toneelstukje op en vertelt hele verhalen aan haar. Dan laat ze haar eten koken, wassen, haar haar doen en een verhaaltje vertellen. Gek genoeg kan Lisa ook nog praten, zolang het meisje het kruis maar in handen houdt. Precies alsof ze een marionet is. Echter, het voelt echt! Ergens onder het eten koken voelt ze ineens energie, alsof ze het allemaal zelf doet. Het pellen van de uien, het snijden, het maken van de spaghetti. Het ruikt heerlijk en zo smaakt het ook. Ze vergeet dat ze aan touwen zit en gelooft dat dit haar leven is.
Tot de zon weer onder gaat en het meisje naar bed moet. Lisa wordt weer op de zoldervloer gelegd. Ook al ligt ze in een iets comfortabeler houding, ze is opnieuw geschokt. Ze was even totaal vergeten dat ze zich niet kan bewegen, zonder dat iemand aan haar touwen trekt.
Er gaan dagen voorbij. Het meisje is haar niet op komen halen. En Lisa kan zich nog steeds niet zelf bewegen. Ze mist het meisje. Door haar voelde ze zich een beetje normaal. Had ze een leven wat echt leek…
Na een tijdje hoort ze iemand de trap opkomen. Haar hart maakt een sprongetje.

Het is een norse oude man. Zijn gezicht verkrampt in een duivelse uitdrukking. Hij kijkt om zich heen en ziet haar. Ze wordt bang, maar kan niets doen. Ze sluit haar ogen, bang dat ze zichzelf anders verraadt.
Ze voelt de man boven haar. Hij rommelt wat aan de draden. Ze voelt haar hele lijf schokken. Hij tilt haar op en laat haar weer vallen. Steeds weer. Het doet zeer. Dan smijt hij haar in een hoek. Loopt naar een ladekast en trekt een la open. Het maakt een enorm kabaal.
Ze tilt haar oogleden een millimeter omhoog en gluurt even naar hem. Het volgende moment stormt hij op haar af met een schaar in zijn hand.
‘NEE!!’, schreeuwt ze inwendig. Maar het heeft geen zin. Hij raapt het kruis op, meteen komt ze in beweging. Ze wordt heen en weer geschud, en wanneer hij in één knip alle draden doorknipt, valt ze voor een laatste keer hard op de grond. Hij neemt het kruis mee. ‘Mooi brandhout’, sist hij. En verdwijnt de trap af.
‘Nee, nee, nee’, huilt ze. Maar er is niets te zien of te horen van haar verdriet.
Ze ligt daar als een gebroken pop. Weggegooid.
Af en toe komt het meisje naar zolder, ze kijkt sip. Pakt hier en daar een draad op. Lisa haar been, arm of hoofd komt in beweging. Meer niet. Nu er geen kruis meer is verliest het meisje haar interesse en laat haar liggen. Ze gaat op zoek naar ander speelgoed.

Tot er niemand meer komt. Het huis verstilt.
Van tijd tot tijd jammert Lisa: ‘Kwam er nog maar eens iemand om mij op te pakken. Om samen te spelen.’
Maar er gebeurt niets.

In haar dromen zit Lisa op een paard en galoppeert door de bossen. Met haar haren in de wind, lacht zij breeduit. ‘Oh, kon het maar’, smacht ze. En zo is er steeds weer iets wat ze zo graag weer zou willen doen. Als ze maar weer eens kon bewegen.
Op een morgen ontwaakt zij uit een zoveelste heerlijke droom. Over wandelingen en heerlijk eten. Ze herinnert zich de maaltijden, het koken en bakken. Koekjes, taarten, broden! Och, het rook altijd zo lekker. En dan dat geroer in al die pannetjes! Haar hand schiet ineens uit en maakt een roerende beweging.
Ze schrikt. ‘Is er iemand gekomen om haar te bewegen?’ Vraagt ze zich af. Maar er is niemand.
‘Wat… wat gebeurde er? Was ze weer in slaap gevallen?’, haar brein schiet bijna in dezelfde paniek als toen ze ontdekte dat ze niet kon bewegen. ‘Rustig blijven. Laat ik het eens herhalen’. Ze denkt terug aan het koken, aan het kneden van een brood. En ja hoor, haar vingers krommen zich en maken een kneedbeweging. Ze kan haar geluk niet op. ‘Is het echt? Kan ik echt mijn eigen lijf besturen?’ jubelt ze.
Ze strekt haar been. Maar er gebeurt niets. ‘Hè, waarom kan dat dan weer niet? Hmmm…. Oh ja, aan koken denken… Hoe kan ik bij het koken mijn benen strekken’, vraagt ze zich af. ‘Ja!’ Ik loop naar de koelkast om boter en eieren te pakken, verbeeldt ze zich. En, ja hoor haar benen strekken zich. Ze ligt echter nog steeds op de grond. Toch is ze al uitzinnig van vreugde dat dit mogelijk is. Ze verzint van alles om haar lichaam in beweging te krijgen. Tot ze doodmoe is en meteen in een diepe slaap valt.
Wanneer ze weer wakker wordt denkt ze dat ze het gedroomd heeft. Snel herhaalt ze de bewegingen van het koken. En ja hoor, daar gaat haar lijf weer.
De dagen erna blijft ze dingen verzinnen om zich te bewegen. Het gaat haar steeds gemakkelijker af.
Het lijkt bijna wel of ze weer een baby is en alles in dezelfde volgorde weer opnieuw leert. Dat geeft haar houvast en richting. ‘Geen gek idee, om het op die manier aan te pakken’, denkt ze.
Trouw werkt ze iedere dag om haar spieren aan te sterken. Naarmate de tijd vordert fleurt ze op. Daardoor gaat het steeds gemakkelijker.
En voor ze het weet kan ze de trap af naar beneden.
Eindelijk kan ze de vodden uittrekken. Alle rafels achter haar laten. Ze kleed zich uit en ziet allemaal rare rode plekjes op haar lijf. Ze voelt eraan. Het voelt droog en bobbelig en het jeukt. Ze vraagt zich af wat het is. Maar antwoorden blijven uit. ‘Misschien van al het liggen op die zoldervloer?’, besluit ze. Ze stapt onder de douche, zeept zich in, droogt zich af en kleed zich aan. Heerlijk al die normale dingen.
De telefoon gaat en ze neemt hem op. Het is haar vriendin, Laura. Alsof er niets gebeurd is vraagt Laura of ze zin heeft om naar haar toe te komen? En ook Lisa handelt alsof er niets aan de hand is en zegt dat ze eraan komt. Zodra ze de telefoon neer heeft gelegd komt ze bij zinnen. Ze is met stomheid geslagen. Wat gebeurde daar? Ze ziet een hele lange draad uit haar trui tevoorschijn komen.
De rillingen lopen over haar rug. Geschrokken vraagt ze zich nogmaals af: ‘Wat gebeurt hier?’ Resoluut loopt ze naar een la, pakt een schaar en knipt de draad door. ‘Ik wil geen marionet meer zijn’, is haar stevige besluit. ‘Vanaf nu neem ik de touwtjes in handen! Ik heb niet voor niets zo hard gewerkt, om op mijn eigen benen te kunnen staan!’

Ze brengt de dag met Laura door. Kletsen, brainstormen over wat ze samen gaan koken, boodschapjes doen, eten en intussen blijven ze maar praten. Het is een heerlijke dag. ´s Avonds keert ze voldaan huiswaarts. Wanneer ze zich uitkleed om naar bed te gaan ontdekt ze een loshangend draadje aan haar buik. In het midden van één van die jeukende rode plekjes. Precies op de plaats waar eerder die dag een draad uit haar trui kwam. Haar maag draait zich om. Ze stapt onder de douche en schrobt haar lijf. Weg met al die losse eindjes.

´s Ochtends struint ze door het huis. En vind allerlei bewijs dat het haar huis is! Post op haar naam, kleding in haar maat en smaak. Schoenen die naar de vorm van haar voeten zijn ingelopen. Eten waar zij van houdt. Allemaal heel verbijsterend. Toch voelt het niet als thuis. Ze maakt het huis schoon, verplaats wat van de meubelen om het meer een thuis te maken. Toch blijft het betekenisloos. Alsof het huis, net als zij eerst, ook niet in staat is in beweging te komen. Het mist bezieling. Wat kan ze doen om daar verandering in te brengen? Ze besluit om zelf eens aan wat touwtjes te gaan trekken. En nodigt wat mensen uit. Zodat ze weer kan koken.
Het huis vult zich met geluiden van stemmen, muziek, met geuren van overheerlijke gerechten en vooral met liefde.
Hoe vaker ze mensen ontvangt hoe vrolijker ze wordt.
Dan trekt ze erop uit. En gaat op ontdekkingstocht. Iedere dag een stukje verder. Ze ontdekt de mooiste plekjes. Parken, stranden, bossen. Ze ademt de frisse buitenlucht in. En doet zich tegoed aan sappige bramen, die volop aan de struiken hangen. Vervolgens stapt ze stevig door. Het buiten in de natuur zijn doet haar goed. Het werkt helend.
Langzamerhand genezen ook alle rode jeukende plekjes. Er zijn geen draadjes meer ontstaan sinds ze haar leven in eigen hand genomen heeft.
En het besef dringt door: Haar leven was altijd al van haarzelf. Ze wist alleen niet dát ze een marionet was. En hoe ze los kon komen.

Marga Kessenich

1 gedachte op “Marionet

  1. jan Verduin

    Beste Marga,

    Ik blijf maar lezen in een open boek dat jij bent en durft te zijn.
    Een marionet te zijn……en dan opeens het besluit om in het vervolg zelf aan de touwtjes te gaan trekken.

    Dank,
    Jan Verduin.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *