Brokkenpiloot

Brokkenpiloot

Jean-Pierre snelt het huis uit en stapt in de auto. Hij moet weg. Ergens heen, iets dóen. Hij wordt gek van dat gelanterfant, van niets kunnen verzinnen.

Hij was even bij Roos, Paul en Lily op visite. Normaal gesproken wil Paul altijd wel ergens heen. Hij wil zoveel leren en zien, sinds hij de kast heeft verlaten. Paul is overal voor in. En Jean-Pierre is altijd bereid om met hem mee te gaan. Hij houdt van actie! Maar vandaag kwam Roos niet met ideeën. Irritant, want Paul weet natuurlijk niet wat er allemaal mogelijk is. Roos vond ook dat Paul eens wat rust nodig had. En om ook gewoon eens te genieten van thuis zijn. Onzin, vindt Jean-Pierre. In je graf kun je nog genoeg rusten.
Er zijn altijd wel plannen en doelen om achterna te gaan. Dat hij nu niks weet, is nog geen reden om te niksen. Dus hij gaat in zijn eentje op weg in de auto van Roos. Die mag hij steeds lenen, omdat hij Paul helpt.
Waar hij heen gaat is hem nog niet duidelijk. Als ik nou maar ga rijden, doe ik in ieder geval iets. Hij start de auto en trekt op. Steeds moet hij weer kiezen waar hij heen wil. Hij weet het niet, maar rijdt lukraak wat in het rond. Na een zoveelste afslag begint hij geïrriteerd te raken. ´Wat een sukkels op de weg´, moppert hij. Hij wil wat langzamer rijden om te kunnen bedenken waar hij naartoe wil, want dit schiet niet op. Hij schakelt terug, maar het lukt niet erg. Hij weet ineens niet meer hoe hij nou moet schakelen?! Welke hendel moet hij nou ook alweer gebruiken? Vraagt hij zich paniekerig af. Hij probeert ze allemaal. De ene keer gaat het licht aan en dan klinkt de claxon. Maar niets werkt om de auto wat af te remmen. Hij duikt schuin een klein plekje in en brengt de auto met de handrem ruw tot stilstand. Voor hem staat een verhuiswagen. Er wordt druk uitgeladen.

Alles ziet er vanaf deze kant zo anders uit! Bedenkt hij zich. Maar waarom?
Deze kant??? Geschokt komt hij erachter dat hij al die tijd op de passagiersplaats heeft gezeten. Hij wil uitstappen om achter het stuur plaats te nemen. Maar hij kan zich niet herinneren hoe de auto ook alweer in zijn vrij moet? Hij geeft gas, laat de koppeling wat opkomen, de auto hikt naar voren. Nog maar een klein stukje en hij zit te dicht op de verhuiswagen. Geen ruimte meer om vooruit te gaan. Dan maar wat naar achteren. Maar een klein blond meisje rent achter een bal aan en glipt in het gat tussen de stoeprand en de auto. Ook geen optie! Dan trekt hij maar weer op, naar een volgende gelegenheid om achter het stuur te kruipen.
Hij voegt zich in het drukke verkeer een rotonde op.
Nu hij beseft, dat hij aan de verkeerde kant van de auto zit, gaat alles nog moeilijker. Hij is nu meer bezig met hoe hij de auto moet besturen. Dan ziet hij een tractor over het hoofd, die vlak voor hem de rotonde opdraait en wordt geschampt. De auto krijgt een klap, wordt de rotonde op geslingerd, stuitert tegen een stoeprand, tolt in het rond en komt in een greppel tot stilstand.

Buiten adem en verstijfd van de schrik, is hij niet meer in staat te bewegen.
Het enige dat nu in zijn hoofd rondzingt is: ‘Waarom heb ik de motor niet uitgezet? Een kwestie van de sleutel omdraaien!’

De politie is snel ter plaatse. Ze controleren of hij gewond is. Maar wonder boven wonder mankeert hij niets. ‘Wat gingen we doen meneer?’ informeert de agent droog. ‘De getuigen vertellen allemaal dat u een Engelse auto heeft. Omdat u aan de rechterkant van de auto zit. Maar ik zie duidelijk dat dit niet zo is.’
‘Ik weet het niet’, antwoord Jean-Pierre gelaten. Hij weet het werkelijk niet. En hij vraagt zich hardop af: ‘Hoe moet ik Roos uitleggen dat ik haar auto in de prak heb gereden?’
‘Dit is niet uw eigen auto?’ vraagt de agent met verbazing in zijn stem. ‘Nee, van een vriendin’ antwoord Jean-Pierre schuldbewust. ‘Dat is dan heel onverantwoord meneer’, bitst de agent,’u moest u schamen.’

Na het invullen van alle formulieren mag Jean-Pierre gaan. Hij ziet er als een berg tegenop om Roos in te lichten. Maar het kan niet wachten, Roos heeft vandaag nog een andere afspraak, waarbij ze de auto nodig heeft.

Hij stapt via de tuin, de keuken van Roos in. Ze is met Lily en Paul aan het eten bezig. Roos kijkt op wanneer hij de keuken binnen komt. Ze schrikt, ze heeft hem nog nooit zo timide zien kijken. En vraagt zich af wat er aan de hand is.
Ook Lily ziet de norse man binnenkomen. Ze verschuilt zich meteen een beetje achter Roos. Ze is bang voor deze onbehouwen man. Hij heeft haar nog weleens de speeltuin uitgejaagd. Ook al is hij vaak bij hen over de vloer gekomen sinds Paul er is, ze vertrouwt hem nog steeds niet.
Paul is de enige die meteen reageert. ‘Hoi Jean-Pierre! En, waar ben je vandaag heengereden?’, informeert hij nieuwsgierig.
Jean-Pierre weet even niet wat hij moet zeggen. ‘Oké, wat is er aan de hand?’, vraagt Roos ongerust. Het schaamrood verschijnt op Jean-Pierre zijn kaken. Hij kijkt naar de grond en mompelt: ‘Ik heb een ongeluk gehad. De auto is zit behoorlijk in de prak. Er is al een takelwagen gekomen en hij is naar de garage gebracht. Ik hoor zo snel mogelijk of hij nog gemaakt kan worden.’
‘Wat?’, roept Roos uit: Is alles goed met jou?’’Ja, enkel de auto is beschadigd’, antwoord Jean-Pierre. ‘Hoe kan dat? Wat is er dan gebeurd?’, vraagt Roos bezorgd.
Jean-Pierre vertelt wat er gebeurd is.
Roos reageert hetzelfde als de agent: ‘Je moest je schamen, om zo onverantwoord met mijn auto om te gaan.’ En ze tiert nog even verder: ‘Als je nergens heen hoeft, heb je de auto helemaal niet nodig! Weet je wel hoeveel afspraken ik heb van de week! Hoe moet ik dat allemaal gaan doen, Jean-Pierre? Heb je daar al over nagedacht? En wanneer is de auto weer klaar?’
Lily en Paul zijn geschokt over de felle reactie van Roos. En houden zich afzijdig.
En Jean-Pierre laat de tirade gelaten over zich heen komen. Hij heeft het verdiend, vindt hij.
‘Nou?! Geef eens antwoord, Jean-Pierre’, gebiedt Roos streng. ‘Ik, ik weet het niet’, stamelt Jean-Pierre timide, ‘zeg maar wat ik moet doen, dan doe ik dat.’
‘Ga jij dan maar alle afspraken afbellen’, zegt Roos resoluut.

Geschokt kijkt Jean-Pierre Roos aan. Zijn mond valt open. Er is niets afschuwelijker voor hem, dan afspraken afzeggen. Het is een zwaktebod, vindt hij. Dat doe je niet. Maar hij begrijpt dat hij niets meer te vertellen heeft. Hij heeft voor grote problemen gezorgd. Roos helpt zoveel mensen! Die moet hij nu allemaal teleurstellen. Maar goed, het is aan hem om het nu op te lossen. Daar heeft Roos gelijk in. Berustend pakt hij de telefoon. ‘Zeg maar wie ik moet bellen?’

Iedere dag moet hij weer een aantal afspraken afzeggen. Net zolang totdat duidelijk is wanneer de auto weer in orde is.
Nu Jean-Pierre wat vaker in dit huis, bij deze mensen komt, ziet hij hoe zij eerst iets bedenken en het dan pas uitvoeren. Hij komt een beetje tot rust, daardoor. En het valt hem op dat hij eigenlijk nooit zelf een plan heeft! ??
…De passagiersplaats…… !!!
Ik heb anderen nodig! Dit is een groepje fijne mensen, daar wil ik graag bij horen.
Het wordt tijd voor verandering, voor aanpassing.
Het verbaast hem. Dat had hij nou nooit van zichzelf gedacht.

Marga Kessenich

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *