Categorie archief: Verhalen

Verstopt in het duister

Verstopt in het duister

In de schaduw van een dichtbegroeid bos, staat een schriel boompje. Al lijkt ze meer op een warboel van takken. Zij kijkt vol ontzag naar boven. Alle bomen om haar heen staan in volle bloei. Dat ging nu al decennia zo.
De andere bomen kijken vanuit de hoogte op haar neer. En constateren minzaam: ‘Je doet je best niet om te groeien en bloeien. Ga je eens afvragen waarom jij geen stam hebt. Waarom je geen noten hebt. En welke bloemen je leuk vindt om te ontwikkelen. En dan moet je je er iedere dag voor inzetten.’Bomen
Zij begrijpt het niet. ‘Wat hebben de bomen wat zij niet heeft? Zij heeft ooit wel al bloemen gehad, lang geleden. Maar was dat werkelijk wat zij wilde? Waarom kan zij dat niet bedenken?’, vraagt ze zich vertwijfeld af.
Een rupsje komt aan gekropen en vraagt: ‘Mag ik van jouw blaadjes snoepen? Mijn buikje moet vol om later een mooie vlinder te kunnen worden.’ ‘Natuurlijk’, antwoord het boompje: ‘ga je gang’. Zij vindt het leuk om lief te zijn en te helpen waar ze kan.
Een boom vraagt: ‘Kun je een klein stukje van je wortels inhouden zodat ik daar kan gaan staan? Dan kan ik een sterke boom worden.’
‘Natuurlijk’, antwoord het boompje. Zij trekt haar wortels terug en besluit om daar niet meer te groeien, om de andere boom de benodigde ruimte te geven.
Zij houdt er ook van om de verhalen te horen van alle planten, bomen en dieren in het bos. En dat vertelt ze dan graag aan de nieuwsgierige jonge spruiten die er in overvloed opkomen. Zij doen daar hun voordeel mee. En groeien later ook in sterke en prachtige bloeiende bomen.

Toch heeft ze ieder jaar minder energie om te groeien of te bloeien en begrijpt niet hoe dat kan. Zelfs haar blaadjes groeien niet meer goed. En dat moet. Je moet wel je bijdrage aan de aarde leveren, anders mag je hier niet staan. En de bijdrage staat in allerlei regeltjes opgeschreven. Twee van de belangrijkste voorwaarden zijn: Je moet een sterke stam en uiteindelijk noten ontwikkelen. En de noten moeten de dieren in het bos kunnen voeden.
Zij vraagt een bomendokter om hulp. De dokter inspecteert haar minieme stam en takken, luistert naar de stroom van de sappen. Kijkt in de omgeving van de boom en constateert dat er niets aan de hand is. ‘Er is geen reden waarom jij niet zou kunnen uitgroeien tot een sterke boom of kunnen bloeien.’, zegt de dokter. Misschien ligt het wel aan je wortels. Maar daar kijkt de dokter niet naar, want dat kunnen ze niet zien. Die zitten verstopt in donkere aarde.

Nu weet het boompje het zelf ook. Zij doet niet genoeg haar best. Ze moet nodig wat sterke wortels kweken.
Dus ze schakelt de hulp in van een boomfluisteraar. Die leert haar allemaal trucjes en regeltjes om sterke wortels te kweken. En dat lukt. Haar wortels gaan voorbij allerlei andere bomen en struiken. En zij graaft zichzelf steeds dieper in.
Omdat de bomen zien dat zij haar best doet, geven ze haar een opdracht en een beetje ruimte. Ga maar kastanjes maken. Ze laten zien hoe de bloemen en noten, die er uit voortkomen, er uit zien. Ga dat dan maar doen. Helemaal enthousiast met de gekregen taak, gaat de boom aan de slag. Ze voelt zich geaccepteerd en belangrijk. Zij mag eindelijk meedoen met de grote bomen. Nu gaat het gebeuren! Dit is haar kans om te laten zien dat zij ook kan groeien en bloeien.

Er komen weer een paar blaadjes aan haar takken. En er komen zelfs twee bloemen aan haar bijna kale takken! Het begint in een knopje en later ontvouwen zich er rode blaadjes uit. Het lijkt niet op kastanjebloemen maar ze is zo blij en vindt het prachtig! Ze is trots op dit resultaat. Dat was lang geleden.
Toch is dit niet wat de bomen gevraagd hebben.
Hoe zij ook haar best doet, ze krijgt geen stam en de kastanjes blijven uit.
De bomen verliezen hun geduld. De taak wordt aan een ander gegeven. En de ruimte wordt weer teruggenomen.
Nu zij weer wat blaadjes heeft komen er weer rupsjes op haar af. Dat was ook al lang geleden dat dat gebeurde. Zij laat ze eten van de sappige blaadjes. Ook een mens bezoekt haar. Ruikt aan haar bloemetjes, plukt ze en gaat weer op pad. Zij voelt zich geliefd en belangrijk. Dit is fijn.Roos
Dan voelt zij hoe de energie in haar takken en blaadjes weer terugloopt. Tot zij opnieuw geen energie meer heeft om blaadjes of bloemen te maken. Laat staan dat ze eindelijk eens noten kan maken.
Zij wordt nu opgeroepen door de bomendokter. Die vindt dat het zo niet langer kan.
Je gaat op zijn minst maar een stam en blaadjes maken, want anders hoor je hier niet. Dit zijn de regels en die maak ik ook niet, dus ik kan niets voor je doen. Je krijgt nog een jaar.

Niemand die haar vertelt hoe ze het wel kan doen. Niemand weet waarom zij geen stam en blaadjes maakt. Ze kon eerder toch ook blaadjes maken! Dus ze geloven niet dat zij er gewoon niet toe in staat is.
Maar hoe moet zij het weten, als zelfs de dokters het niet weten?

Ze trekt zich voor een lange tijd terug. En schiet in het duister, langs haar uitgebreid aangelegde wortelstelsel, ergens anders omhoog. Het licht in…
Misschien ligt daar het geheim. En kan ik daar gaan bloeien…

Marga Kessenich

De maakbare samenleving

De maakbare samenleving.
Een boekje open over mijn leven

Gezien vanuit een geest, in een lichaam wat niet meewerkt. Het lichaam is niet maakbaar. En waarschijnlijk de geest ook niet, bedenk ik nu. En zelfs de samenleving is niet maakbaar. Het is een sprookje waar we met zijn allen graag in willen geloven.
Want we willen controle.
lucht boven Noord Aa
Ik heb te maken met mijn lijf. Een lichaam met een inspannings-intolerantie. Wat bij mij de laatste vijf maanden opnieuw aanzienlijk is verergerd. En misschien wel al langer. Dat is in ieder geval het moment dat ik het gevecht opgaf. En toegaf dat het niet aan mijn inzet lag, maar aan een haperend gestel. En zelfs toegeven gaat in fases. Bedenk ik nu…
Want dit is voor het eerst dat ik het aankan om hier zo open over te zijn. Eerst geloofde ik nog teveel in het sprookje en zag het als een persoonlijk falen.
Het begon voor het eerst in 1999. Er was nog weinig bekend over deze vorm van moe zijn. (Uiteindelijk als CVS gelabeld. Wat een verzamelnaam is, omdat ze niet weten wat het nou werkelijk is.)
Niet gewoon moe, van na een dag hard werken en/of uitgaan. Ik weet hoe dat voelt. Dat is een tevreden gevoel van even geen energie meer. Na een nacht slapen is het meeste ervan weer verdwenen. En ook niet het zware gevoel van depressie. Ook daarvan weet ik hoe het voelt. Dan zijn het de negatieve gedachten die je neersabelen. Wanneer ik dan ga wandelen komt er uiteindelijk weer energie op gang.
Dit is een soort vermoeidheid die het best vergeleken kan worden met een stevige griep. En een heel scala aan andere symptomen. Die zal ik u besparen. Plus dat het maar voortduurt. Het haalt je onderuit.
Ik ging het ‘gevecht’ destijds aan. Want ik zou dit overwinnen!! Gewend te vechten in het leven, dacht ik dat ik dit ook wel uit kon vechten. ‘Al moet ik medicijnen studeren!’, was mijn strijdkreet.
Allerlei therapieën volgden toen.
Ik heb mezelf, als gevolg daarvan, wel heel goed leren kennen.

Wat mij nu, in deze herhaling, het meest opvalt, is de cognitieve gedragstherapie, van toen. Deze voedde bij mij het gevoel van controle. Dat ik het zelf in de hand had, of, en dát ik te moe werd. Dat ik de baas ben over mijn lichaam. Dat het een kwestie van vechten was, dat mij kon helpen.
Nu zie ik dat er geen controle is. Er zijn zaken die het verergeren! Dat klopt. Maar wanneer ik helemaal zen ben, is het nog niet verdwenen.
De laatste tijd zie ik ook veel berichten voorbij komen, dat als je maar genoeg van jezelf houdt, dan geneest alles. Dat als ik het echt wil, dan wordt ik wel beter. Yeah… dream on. Met deze theorie zou er niemand meer overlijden. Want als je echt wil leven, ga je niet dood. Toch?

Dat ik geen controle heb, werd mij duidelijk toen er vorig jaar bij mij een B12 tekort werd vastgesteld. Ik had alles goed gedaan. Voldoende gevarieerd gegeten, gezonde levensstijl en toch kwam ik dit tekort! En dat komt omdat mijn lijf de B12 niet opneemt! Daar is geen kruid tegen gewassen.
Nou ja, nu wel. Door middel van injecties.

Dus welk stofje mis ik nu? Of, wat zorgt ervoor dat de energie niet op de goede manier wordt omgezet in mijn lijf? Wat is de obstructie? Waar gaat de energie die ik opdoe dan wel naartoe?
Er wordt nu wel onderzoek naar gedaan. Dus ik hoop dat het mij kan helpen. Dat het niet weer jaren duurt voor ik weer een beetje mee kan komen in het leven.

Want het is een eenzaam gevoel, om iets te mankeren wat weinig mensen begrijpen. Waar nog geen remedie tegen is. Wat mij isoleert van het bestaan dat ik zo graag zou leiden. En van de maatschappij waar ik zo graag bij zou horen.

Marga Kessenich

In duizend stukken

In duizend stukken

Adora raapt haar scherven op. Ze voelt zich bevrijd, nu ze niet meer vastzit in de spiegel. Nu ze er uitgebroken is!
Het voelt zo heerlijk!
Spiegel
Ze nam haar taak als spiegel heel serieus. Het liefst reflecteerde zij de positieve eigenschappen van de mensen die voor haar verschenen. Dat vond ze zelf het mooiste om te zien. Er was ook altijd zoveel positiefs. En ze genoot ervan wanneer de mensen opbloeide van wat zij hen liet zien.
Maar het gebeurde te vaak dat er een donkere rand om de mensen verscheen. Hun houding veranderde. Ze zakte in, als het ware. Het gewicht van de wereld op hun schouders. Ze zag het, maar kon er niets aan veranderen. Dat moeten ze zelf doen. Voorzichtig liet ze af en toe wel een stukje zien van wat anders kon. Maar dat viel niet goed.
De mensen begonnen dan op haar te schelden, haar te beledigen, of ze kwamen niet meer terug. Het deed haar pijn. En zo verdween ook de glans van haar oppervlak.

In de nachtelijke uren kreeg ze fantasieën over hoe zij zelf gezien zou kunnen worden. Want iedereen keek door haar heen, enkel naar zichzelf. Niemand zag haar! Niemand zag hoe zwaar zij het vond, om steeds maar anderen te stimuleren. En dat zij niemand had, die haar eens een complimentje gaf.
Gebroken spiegel
Het was genoeg, besloot ze. En ze maakte een plannetje om eindelijk eens uit te breken. Ze schommelde zo hard aan de spijker waarmee ze aan de muur hing dat de lijst op de grond viel en de spiegel in duizend stukken uit elkaar viel.
Daar staat ze dan. Haar eigen scherven op te ruimen.
Ze rekt zich eens uit. En bekijkt zichzelf in een andere spiegel. Ze lacht. Ze heeft nooit geweten hoe ze eruit zag. Ze is blij met wat ze ziet.

‘Dank je’, zegt ze glimlachend tegen de spiegel, ‘voor wat je mij laat zien. Ik zal het waarderen wat je voor mij doet. En ik zal zelf ook kijken naar mijn donkere rand, zodat jij mij daar niet op hoeft te wijzen. Maar wanneer jij iets ziet wat ik niet zie, zal ik je niet kwalijk nemen, dat jij mij er op wijst. Ik zal het dankbaar in ontvangst nemen en er mijn licht op laten schijnen.’
Ze blaast een lucht kusje naar haar spiegelbeeld. Blij als een kind.

Voor het eerst in haar leven loopt ze de voordeur uit. Haar vrijheid tegemoet.
Ze is vastbesloten om van het leven te genieten.

Marga Kessenich

Een enkele noot

Een enkele noot

Het was een dag als alle anderen. De dag dat ik mijn stem vond.
Er zijn nog weinig herinneringen over van die dag. Enkel één. Ik zou mij opgeven voor een schrijverscursus! En eigenlijk besefte ik toen nog niet wat ik gevonden had. En nu twijfel ik zelfs, of dit wel het eerste moment was.
Was het niet al veel eerder ontstaan? De dag dat ik voor het eerst gehoord werd bij een therapeut? Of misschien nog wel eerder! Toen ik nog maar een jaar of twintig was en er voor het eerst naar mijn mening gevraagd werd? Nu achteraf gezien werd er inderdaad al naar mij geluisterd.

Maar ik hoorde het niet! Ik luisterde niet mee. Ik besefte het effect van mijn woorden nog niet. Dat het zelfs maar een beetje kracht had, ontging mij.
Ook toen ik mij opgaf voor de cursus, had ik nog geen vertrouwen in mijn geluid.

Vanaf toen moest ik mijn stem gebruiken. De angst was groot, maar opdrachten werden gemaakt. En goedgekeurd! Zelfs geprezen. Tot mijn grote verbazing. Langzaam groeide vertrouwen.
Heel langzaam.
Ik maakte verhalen, plaatste ze, en men reageerde! Men herkende zich in wat ik te vertellen had.
Door mijn eigen verhaal te vertellen en de reacties er op, merkte ik dat wij allen zo gelijk zijn.
Nee, niet iedereen wil het zien. En ja, er zijn verschillen. Zelfs binnenin mijn eigen hoofd zijn de meningen verdeeld. Ook daar leer ik onderscheid te maken. Wat moet verteld worden en wat kan genegeerd worden? Waar is er misschien zelfs wel stilte nodig?
Sinds kort luister ik naar de stem van ideeën, de eerste ingeving. Wat er daarna allemaal tegenin wordt gebracht, probeer ik te negeren. Dat is de stem van de angst. Die ken ik nou wel. Dat zeg ik ook vaak, wanneer ik hem opmerk.
Eerder probeerde ik het te ontkrachten. Maar dan wordt je meegezogen in het verhaal. De negativiteit in. De oorspronkelijke gedachte raakt langzaam op de achtergrond, tot hij uit het zicht verdwenen is. Het moment is voorbij.
Van de zomer begon ik met alles, wat ik bedacht, te honoreren met actie. Echt horen wat ik bedenk en er naar handelen. Natuurlijk kan ik het niet meteen! Want na de zomervakantie vergat ik het gewoon weer. Maar later in het jaar heb ik het weer opgepakt. Vallen en opstaan, zo leer ik uiteindelijk.

Langzaam begint het effect zichtbaar te worden van het horen en gebruiken van mijn stem. Ik heb mezelf leren kennen. En ik leer anderen beter kennen, door te luisteren. Door dit alles is mij namelijk ook duidelijk geworden hoe belangrijk ik andermans stem, mening en invloed vind. Hoeveel kracht woorden hebben. Dat het verschil maakt hoe je iets formuleert. De taal die je gebruikt. En hoeveel invloed we op elkaar hebben.
Mijn stem is er één van vele. Ik ben slechts een enkele noot uit het gehele muziekstuk van het universum. Maar voor mij de belangrijkste. Omdat deze mijn wereld kleurt. En daarmee kleur ik de wereld.

Marga Kessenich

De dansende vogels

De dansende vogels

Op een winderige dag, ergens in december.
Lily is alleen thuis. Buiten wiegen de bomen in de wind. Vogels laten zich meevoeren en vallen een luchtstroom in. Ze lijken te dansen, te spelen. Wolken in alle kleuren en soorten razen voorbij. Grijs, wit, blauw. Maar ook donker, licht, dreigend of lieflijk.
Plots lijkt alles zo zorgeloos. De storm, het onheil, even buiten de deur gehouden. Vanuit de knusse huiskamer het spektakel enkel observerend, is er even een veilig plekje. Haar hart krijgt weer eens kans te ontdooien.

De laatste tijd had zij de wereld als hard en meedogenloos ervaren. Volwassen worden is geen gemakkelijke opgave. Een nieuwe weg vol struikelblokken vergt het uiterste. Totaal opgeslokt door de illusie, aan een dreiging die in het verleden ligt. Huiveringwekkend en verlammend.
Paniek, onzekerheid, twijfel en negativiteit, stuk voor stuk valkuilen uit een oud leven. Ten volle tot leven gewekt op onbekend terrein.

Sinds een jaar groeit er echter ook iets anders in haar. De wens om het positieve te zien. Om meer te genieten van wat het leven te bieden heeft. Er is al te lang aandacht besteed aan wat allemaal niet leuk of moeilijk is. Met behulp van Roos heeft ze veel verbeterd en is ze goed vooruit gegaan. Het lukt het haar steeds beter om de focus te verschuiven. ‘Waar je aandacht aan besteedt, dat groeit’ zegt Roos altijd. En dat blijkt maar weer.

Zoals nu. De storm is buiten, zij hoeft zich er niet in te storten. Dat laat zij aan de vogels en de bomen over. Zij geniet van hun spel. En verder is het fijn om even te schuilen. In de herinnering aan alle liefdevolle ontmoetingen van de afgelopen week. Het was een week vol uitersten. Maar ze is weer in staat de liefde op te merken. Om het toe te laten. Te ontvangen. En zo heeft ze ook weer liefde te geven……

Marga Kessenich

Een luchtig niemendalletje

Een luchtig niemendalletje

Na een week werken zoek ik mijn ontspanning. Ik ruim wat op, maak wat schoon.
Nee, daar ligt het niet. Waar heb ik het toch gelaten?

Ik begin een verhaal….
Misschien vind ik het daar. Vier regels verder strandt het.
Ook daar is het niet.

Dan maar alvast boodschappen doen, misschien mis ik nog wat ingrediënten. Ik haal van alles in huis. Zodat ik kan maken, waar ik zin in heb.
Maar ik heb geen puf meer.

Vermoeid van mijn zoektocht, plof ik op de bank. Even een kopje thee…
En dan vind ik het!
Gewoon hier in dit moment.
De laatste plaats waar ik zoek. Uiteraard.

Marga Kessenich

Volgende halte: Voorspoed

Volgende halte: Voorspoed

De trein raast met hoge snelheid door het landschap. Ergens ben ik ingestapt. Waar en wanneer, ben ik vergeten. De omgeving en het leven hier in de coupe blijven maar veranderen. Tijd om te wennen lijkt niet aanwezig.
Onderweg zijn er zoveel mensen waar ik mij aan hecht. Maar zij gaan allen een andere kant uit. Mijn bestemming is niet die van hen.
Alleen reis ik verder.. Steeds opnieuw afscheid nemen van iets wat op vastigheid lijkt.
Ongemerkt pas ik mij toch aan. Maar nu aan alle wijzigingen. Ik laat het gestructureerde en rustige bestaan, wat ik jaren nodig had, achter.
Een zoveelste overstap is daar..
‘Wat jammer dat je weggaat’, krijg ik mee. Samen met een bos prachtige, geurende bloemen.
Dat is fijn om te horen. En het doet mij goed.
Ik was zo blij toen ik aan deze reis begon! Het was de eerste aanwijzing waardoor ik kon zien dat ik de goede kant uitging. Een bewijs dat ik het verleden echt achter mij ging laten.
Ook al waren er nog veel twijfels. Want, kan ik zoveel drukte wel aan?
Het bewijs is geleverd. Ik kan het!!
En ik ga deze tijd hier en de mensen ook missen.

De volgende glimmende trein komt het station al binnen rijden.
“Bestemming: Voorspoed!” prijkt er op het bordje. En dat is duidelijk.
Toch is het onwerkelijk. Ik ben nog gewend aan een leven van inleveren, verdriet en achteruitgang. Dus wanneer ik afscheid moet nemen, komt het verdriet over verloren zaken weer hard aan. Word ik opgeslokt door oude gedachten. Even niet beseffend dat, wat ik loslaat, niet meer voldoet. Het is enkel de laatste halte van weer een traject. Aan de horizon verdwijnt langzaam mijn oude leven. Het is nog maar een stip. Met iedere overstap laat ik het verder achter mij. De brok die in mijn keel verschijnt, slik ik weg.

Ik recht mijn rug en stap in. Nieuwsgierige gezichten staren mij aan. Alle mensen, het landschap, de gebruiken, alles is weer nieuw.
Ik neem plaats in het compartiment. Hiermee vervolg ik de ingeslagen richting. Die van beterschap en zaken die ik eerst zo vanzelfsprekend vond. Eigenlijk ben ik nog steeds op de weg terug naar een ‘normaal’ bestaan.

Een weg die ik nog niet bewust ken.
Dus…
Ik vervolg mijn koers. En intussen vraag ik mij af: Wat komt er na voorspoed?
Bestemming onbekend.

Marga Kessenich

Brokkenpiloot

Brokkenpiloot

Jean-Pierre snelt het huis uit en stapt in de auto. Hij moet weg. Ergens heen, iets dóen. Hij wordt gek van dat gelanterfant, van niets kunnen verzinnen.

Hij was even bij Roos, Paul en Lily op visite. Normaal gesproken wil Paul altijd wel ergens heen. Hij wil zoveel leren en zien, sinds hij de kast heeft verlaten. Paul is overal voor in. En Jean-Pierre is altijd bereid om met hem mee te gaan. Hij houdt van actie! Maar vandaag kwam Roos niet met ideeën. Irritant, want Paul weet natuurlijk niet wat er allemaal mogelijk is. Roos vond ook dat Paul eens wat rust nodig had. En om ook gewoon eens te genieten van thuis zijn. Onzin, vindt Jean-Pierre. In je graf kun je nog genoeg rusten.
Er zijn altijd wel plannen en doelen om achterna te gaan. Dat hij nu niks weet, is nog geen reden om te niksen. Dus hij gaat in zijn eentje op weg in de auto van Roos. Die mag hij steeds lenen, omdat hij Paul helpt.
Waar hij heen gaat is hem nog niet duidelijk. Als ik nou maar ga rijden, doe ik in ieder geval iets. Hij start de auto en trekt op. Steeds moet hij weer kiezen waar hij heen wil. Hij weet het niet, maar rijdt lukraak wat in het rond. Na een zoveelste afslag begint hij geïrriteerd te raken. ´Wat een sukkels op de weg´, moppert hij. Hij wil wat langzamer rijden om te kunnen bedenken waar hij naartoe wil, want dit schiet niet op. Hij schakelt terug, maar het lukt niet erg. Hij weet ineens niet meer hoe hij nou moet schakelen?! Welke hendel moet hij nou ook alweer gebruiken? Vraagt hij zich paniekerig af. Hij probeert ze allemaal. De ene keer gaat het licht aan en dan klinkt de claxon. Maar niets werkt om de auto wat af te remmen. Hij duikt schuin een klein plekje in en brengt de auto met de handrem ruw tot stilstand. Voor hem staat een verhuiswagen. Er wordt druk uitgeladen.

Alles ziet er vanaf deze kant zo anders uit! Bedenkt hij zich. Maar waarom?
Deze kant??? Geschokt komt hij erachter dat hij al die tijd op de passagiersplaats heeft gezeten. Hij wil uitstappen om achter het stuur plaats te nemen. Maar hij kan zich niet herinneren hoe de auto ook alweer in zijn vrij moet? Hij geeft gas, laat de koppeling wat opkomen, de auto hikt naar voren. Nog maar een klein stukje en hij zit te dicht op de verhuiswagen. Geen ruimte meer om vooruit te gaan. Dan maar wat naar achteren. Maar een klein blond meisje rent achter een bal aan en glipt in het gat tussen de stoeprand en de auto. Ook geen optie! Dan trekt hij maar weer op, naar een volgende gelegenheid om achter het stuur te kruipen.
Hij voegt zich in het drukke verkeer een rotonde op.
Nu hij beseft, dat hij aan de verkeerde kant van de auto zit, gaat alles nog moeilijker. Hij is nu meer bezig met hoe hij de auto moet besturen. Dan ziet hij een tractor over het hoofd, die vlak voor hem de rotonde opdraait en wordt geschampt. De auto krijgt een klap, wordt de rotonde op geslingerd, stuitert tegen een stoeprand, tolt in het rond en komt in een greppel tot stilstand.

Buiten adem en verstijfd van de schrik, is hij niet meer in staat te bewegen.
Het enige dat nu in zijn hoofd rondzingt is: ‘Waarom heb ik de motor niet uitgezet? Een kwestie van de sleutel omdraaien!’

De politie is snel ter plaatse. Ze controleren of hij gewond is. Maar wonder boven wonder mankeert hij niets. ‘Wat gingen we doen meneer?’ informeert de agent droog. ‘De getuigen vertellen allemaal dat u een Engelse auto heeft. Omdat u aan de rechterkant van de auto zit. Maar ik zie duidelijk dat dit niet zo is.’
‘Ik weet het niet’, antwoord Jean-Pierre gelaten. Hij weet het werkelijk niet. En hij vraagt zich hardop af: ‘Hoe moet ik Roos uitleggen dat ik haar auto in de prak heb gereden?’
‘Dit is niet uw eigen auto?’ vraagt de agent met verbazing in zijn stem. ‘Nee, van een vriendin’ antwoord Jean-Pierre schuldbewust. ‘Dat is dan heel onverantwoord meneer’, bitst de agent,’u moest u schamen.’

Na het invullen van alle formulieren mag Jean-Pierre gaan. Hij ziet er als een berg tegenop om Roos in te lichten. Maar het kan niet wachten, Roos heeft vandaag nog een andere afspraak, waarbij ze de auto nodig heeft.

Hij stapt via de tuin, de keuken van Roos in. Ze is met Lily en Paul aan het eten bezig. Roos kijkt op wanneer hij de keuken binnen komt. Ze schrikt, ze heeft hem nog nooit zo timide zien kijken. En vraagt zich af wat er aan de hand is.
Ook Lily ziet de norse man binnenkomen. Ze verschuilt zich meteen een beetje achter Roos. Ze is bang voor deze onbehouwen man. Hij heeft haar nog weleens de speeltuin uitgejaagd. Ook al is hij vaak bij hen over de vloer gekomen sinds Paul er is, ze vertrouwt hem nog steeds niet.
Paul is de enige die meteen reageert. ‘Hoi Jean-Pierre! En, waar ben je vandaag heengereden?’, informeert hij nieuwsgierig.
Jean-Pierre weet even niet wat hij moet zeggen. ‘Oké, wat is er aan de hand?’, vraagt Roos ongerust. Het schaamrood verschijnt op Jean-Pierre zijn kaken. Hij kijkt naar de grond en mompelt: ‘Ik heb een ongeluk gehad. De auto is zit behoorlijk in de prak. Er is al een takelwagen gekomen en hij is naar de garage gebracht. Ik hoor zo snel mogelijk of hij nog gemaakt kan worden.’
‘Wat?’, roept Roos uit: Is alles goed met jou?’’Ja, enkel de auto is beschadigd’, antwoord Jean-Pierre. ‘Hoe kan dat? Wat is er dan gebeurd?’, vraagt Roos bezorgd.
Jean-Pierre vertelt wat er gebeurd is.
Roos reageert hetzelfde als de agent: ‘Je moest je schamen, om zo onverantwoord met mijn auto om te gaan.’ En ze tiert nog even verder: ‘Als je nergens heen hoeft, heb je de auto helemaal niet nodig! Weet je wel hoeveel afspraken ik heb van de week! Hoe moet ik dat allemaal gaan doen, Jean-Pierre? Heb je daar al over nagedacht? En wanneer is de auto weer klaar?’
Lily en Paul zijn geschokt over de felle reactie van Roos. En houden zich afzijdig.
En Jean-Pierre laat de tirade gelaten over zich heen komen. Hij heeft het verdiend, vindt hij.
‘Nou?! Geef eens antwoord, Jean-Pierre’, gebiedt Roos streng. ‘Ik, ik weet het niet’, stamelt Jean-Pierre timide, ‘zeg maar wat ik moet doen, dan doe ik dat.’
‘Ga jij dan maar alle afspraken afbellen’, zegt Roos resoluut.

Geschokt kijkt Jean-Pierre Roos aan. Zijn mond valt open. Er is niets afschuwelijker voor hem, dan afspraken afzeggen. Het is een zwaktebod, vindt hij. Dat doe je niet. Maar hij begrijpt dat hij niets meer te vertellen heeft. Hij heeft voor grote problemen gezorgd. Roos helpt zoveel mensen! Die moet hij nu allemaal teleurstellen. Maar goed, het is aan hem om het nu op te lossen. Daar heeft Roos gelijk in. Berustend pakt hij de telefoon. ‘Zeg maar wie ik moet bellen?’

Iedere dag moet hij weer een aantal afspraken afzeggen. Net zolang totdat duidelijk is wanneer de auto weer in orde is.
Nu Jean-Pierre wat vaker in dit huis, bij deze mensen komt, ziet hij hoe zij eerst iets bedenken en het dan pas uitvoeren. Hij komt een beetje tot rust, daardoor. En het valt hem op dat hij eigenlijk nooit zelf een plan heeft! ??
…De passagiersplaats…… !!!
Ik heb anderen nodig! Dit is een groepje fijne mensen, daar wil ik graag bij horen.
Het wordt tijd voor verandering, voor aanpassing.
Het verbaast hem. Dat had hij nou nooit van zichzelf gedacht.

Marga Kessenich

Zegevieren

Ritme van voorspoed
Kalm en melodieus
Volle klanken van tevredenheid

Resoneren in mijn zielRoos
Synchroniseren mijn gevoel
Choreograaf en muzikant

Vinden de passen
Voor deze prachtige dans
Eindelijk leer ik de stappen

Draaiend, voortschrijdend
Geniet ik ten volle
Van deze beweging

Alles compleet
De goede schoenen
Het juiste kostuum

Iedereen sleep ik mee
De dansvloer op
Dans je mee?

Draaien we samen
Op het ritme
Van de voorspoed

Marga Kessenich

Ontstoken levenslicht

Ontstoken levenslicht

Roos woont nu al een tijd bij Lily. Ze zijn samen in het huis, van het eens zo bange meisje, gaan wonen. En sinds die tijd bloeit Lily enorm op. Zelfs al zo, dat ze in haar eentje op onderzoek uit gaat. Roos geniet van de levenslust van het kind.

Vandaag gaat ze samen met Lily verder het huis onder handen nemen. Er zijn kamers in dit huis waar Roos nog amper geweest is. Ook al heeft ze al veel gedaan, het huis is groot en heeft vele vertrekken. Soms is het een kwestie van een kamer enkel schoonmaken en de ramen weer eens openen, zodat er wat licht en lucht naar binnen kan. In andere kamers liggen stapels spullen die allemaal uitgezocht en gesorteerd moeten worden. Het begint zo langzamerhand op een gezellig huis te lijken.
Maar deze kamer die ze vandaag aan gaan pakken, stoort Roos al een tijdje. Steeds wanneer Roos naar haar werk vertrekt, moet ze door dit chaotische vertrek om bij Lily haar kamer te komen. Het zou handiger zijn wanneer deze doorgang vrij wordt gemaakt.

Even kost het Roos moeite om te beginnen. Dit is een kamer waar zoveel verschillende dingen in liggen. Er is geen overzicht. ´Waar moet ik beginnen´, vraagt Roos zich hardop af. Lily huppelt de kamer binnen. Overweldigd, maar enthousiast door de aanblik van al het vergeten speelgoed. Van oude lakens en gordijnen. Van kleding die ze eens droeg. Ze houdt een roze jurkje omhoog en roept uitgelaten ´Kijk die is nog van toen ik drie was!´
´Je mag van de kleding één ding houden. De rest geven we wel aan andere kindjes, die het beter kunnen gebruiken´, zegt Roos. En begint te ruimen. ´Deze wil ik houden´ roept Lily en houdt een blauw jurkje omhoog met bont aan de randjes. ´Die is nog van toen een tante trouwde. Dat was een geweldige dag! Er werden foto´s van mij gemaakt. Daar sta ik naast mijn liefste tante.´
´Prima! Hang die maar even in je kamer en kom dan meteen terug om ook van je oude speelgoed één ding te kiezen´, zegt Roos.
Lily rent heen en weer. En struint nu door de berg met speelgoed.
´Ach, hier ben je! Ik was je zolang kwijt!´, roept Lily ontroerd uit. Ze houdt een pluche poes tegen zich aangedrukt. Het schepsel is stoffig en versleten, maar Lily staat erop dat ze deze mag houden.
´Het beestje moet wel eerst in bad, voor je hem in je kamer mag houden. Leg hem maar in de badkamer. Dat doen we later´, antwoord Roos op de onverbiddelijke smeekbede van het kind.
Ze schieten al aardig op wanneer Roos een kast ontdekt. ´Wat vreemd dat ik die niet gezien heb! Wist jij dat hier een kast was?´, vraagt ze aan Lily die alweer binnen komt lopen. Het kind haalt haar schouders op en zegt: ‘Nee, dat wist ik niet.’
Roos trekt de deur van de kast open en werpt er een blik in. Een moedeloze zucht verlaat briesend haar neusgaten. Ook hier ligt een enorme bende aan oude en soms versleten kleding. Roos haalt iedere plank in één veeg leeg en gooit het op de grond om het verder uit te kunnen zoeken.
Het kind plukt tussen de stapel spullen maar geeft plots een gil.
‘Deze kleren hebben ogen!!’, roept ze hysterisch. Ze struikelt achteruit en klampt zich aan Roos vast. Roos houdt het bange kind vast en kijkt zoekend over de berg lappen, naar wat het kind gevonden heeft. Vanaf de stapel verkreukelde kleren, kijken een paar doffe bruine ogen haar aan. Roos schrikt, doet een stap achteruit, maar begrijpt niet wat ze nou eigenlijk ziet. De ogen knipperen en draaien even naar de lege kast.
Roos zet het, met het kind in haar armen geklemd, op een lopen. De stoffige kamer uit, naar de keuken. Ze ploft hijgend op een keukenstoel. Eigenlijk wil ze thee zetten. Heel even haar zinnen verzetten om zich te kunnen herpakken. En thee maken en drinken helpt altijd tegen onrust. Maar het bange meisje wil haar niet loslaten. Ze trilt over haar hele lijfje en de panische angst staat op haar tere gezichtje te lezen.
Roos blijft aan de tafel in de keuken zitten met het kind op schoot. ‘Stil maar, het komt goed’, sust Roos zichzelf en het bange kind.

Ondertussen in de kamer ligt Paul op de grond tussen een stapel kleding. Hij knippert zijn ogen tegen het felle licht. En kijkt naar de lege kast waar hij zo hardhandig uitgegooid is. Niet begrijpend wat er nou gebeurde. Of waar hij zich bevindt. Wanneer hij wat aan het licht gewend raakt, kijkt hij eens rond. Wat is het hier groot en licht! Denkt hij verbaasd. Nooit geweten dat er meer was, dan de donkere ruimte waar hij zijn hele leven in gebivakkeerd heeft. En…wie waren die figuren die net zo haastig vertrokken? Waar zijn ze gebleven? Er tollen zoveel vragen door zijn hoofd. Alles is ineens anders. Het doffe gemurmel wat hij altijd hoorde in de kast, was nu oorverdovend. Het leek van deze figuren af te komen. Hij rekt zijn stramme, uitgemergelde ledematen eens uit. Dat kan nu, in deze immense ruimte!

Roos heeft Lily inmiddels kunnen troosten, door Jake, een vriend van beide, te bellen. Roos maakt thee voor Lily en haarzelf, terwijl ze wachten op Jake. Hij heeft hen wel vaker geholpen wanneer er wat moed nodig was.Toen Lily weer voor het eerst naar de speeltuin ging of ging fietsen. Het kind was erg gesteld op deze vriendelijke, zorgzame reus. En Roos was blij, dat er mensen waren die haar konden helpen met Lily.
Jake stapte de knusse keuken in. Lily vloog hem om zijn nek. En vertelde ratelend wat ze zo-even ontdekt hadden. Jake keek Roos vragend aan. Niet begrijpend wat Lily nou bedoelde met ‘kleding die ogen hebben’. Roos knikte instemmend en vertelde wat zij gezien had. Voorzichtig omzeilend dat het haar zo bang maakte. Om het kind niet opnieuw te verontrusten. De aanwezigheid van Jake gaf het kleine meisje vertrouwen. Ze vond het plots een spannend en avontuurlijk verhaal. En wilde eigenlijk niets liever dan de ongelovige Jake laten zien wat ze ontdekt hadden. ‘Kom maar kijken’ opperde Lily en sleepte Jake mee naar het vertrek. Roos pakte de andere hand van het kind. En zo betraden ze gedrieën de kamer.

Paul was inmiddels overeind gekomen.
En zo treffen ze hem aan.
Een ogenblik kijken ze elkaar in diepe stilte, niet begrijpend aan. Paul naar het groepje figuren die de ruimte betreden… Wie zijn dat? Vraagt hij zich bang, maar nieuwsgierig af.
Een paar angstige bruine ogen in holle kassen kijkt het groepje aan.
Jake, Roos en Lily zien een uitgemergelde man. Een beetje krom en mismaakt hier en daar. Zijn kleding verfomfaaid, versleten en slecht passend. Zijn ogen niet langer dof. Er is een glans in verschenen. En het is lang niet meer zo angstaanjagend.
Lily is niet meer bang, nu Jake en Roos dicht bij haar staan. Ze verbreekt de zware stilte met haar kinderlijke nieuwsgierigheid: ‘Wie ben je? Waar kom je vandaan?’
‘Ik ben Paul en kom daaruit’, antwoordde de man ietwat verlegen, wijzend naar de lege kast. Het groepje glimlacht opgelucht, nu de stilte doorbroken is. Zijn simpele verklaring van waar hij gekomen is geeft Roos wat rust. Maar toch ook ontstelt vraagt ze; ‘Hoe ben je daar gekomen dan? En hoelang heb je in de kast gelegen?’
‘Ik weet het niet. Ik heb nooit geweten dat er meer was dan deze… ‘kast’, zoals jullie hem noemen’, antwoordt de man. Opnieuw gebaard hij naar de verlaten ruimte. Heel even krijgt hij een dromerige blik. En denkt terug aan deze donkere tijden. Niet wetend dat zijn leven ooit zo kon veranderen. Hij had zich erbij neergelegd dat dit het was.

Ze nemen de man mee, de kamer uit. Paul kijkt zijn ogen uit. En roept verrukt: ‘Wat is er veel ruimte!!’
‘Je hebt nog niets gezien’, antwoordt Jake. Maar Paul kijkt hem niet begrijpend aan. En het dringt langzaam tot Jake door dat deze man het leven nog moet leren kennen.

Marga Kessenich